Biks, grasbrokken, muesli, krachtvoer, slobber en voedingssupplementen. Wat wijsheid is als het gaat over het dieet van je paard hangt van veel factoren af. Ras, conditie, leeftijd… En of hij veel of juist weinig met jou ‘aan het werk’ is in de bak of tijdens buitenritten. In ieder geval zijn de basics wel voor paard of pony gelijk: ze hebben dagelijks één tot anderhalve kilo ruwvoer van goede kwaliteit nodig per 100 kg lichaamsgewicht. Hooi, kuilgras of gras dus. Voor hooi en kuilgras geldt dat het niet broeierig, beschimmeld of stoffig mag zijn.

Voer voor je paard

Onze geliefde vierhoevers zijn grazers. Dat betekent dat ze maar liefst veertien tot zestien uur per dag bezig zijn met eten. Dit komt doordat ze een relatief kleine maag hebben en hun spijsvertering anders werkt dan de onze. Op de wei zijn ze wel voorzien van hun natje en droogje, maar zelfs daar is ruwvoer bijvoeren – al naar gelang het seizoen – vaak geen overbodige luxe. Wordt je paard gauw te dik, dan kun je daarbij werken met stripbegrazing (steeds een nieuw strookje gras), zodat het niet te hard gaat. Staat je paard op stal of op een zandpaddock, geef dan minimaal drie keer per dag ruwvoer. Behalve dat je aan zijn knabbelbehoefte voldoet, voorkom je er ook verveling mee. Ook goed voor ’n gezond gewicht: werken met fijnmazige hooinetten, zodat hij langzamer eet. Daarnaast houd je deze – en de individuele – dieetwensen van je paard in de gaten:

Eerst ruwvoer, dan pas krachtvoer

Op ruwvoer moeten paarden goed kauwen, waardoor er veel speeksel vrijkomt: noodzakelijk voor een goede spijsvertering. Staat je pony (’s nachts) op stal en heeft hij geen hooi, kuilgras of stro om op te knabbelen, geef hem dat dan meteen ’s morgens, om zijn systeem op gang te krijgen. Omdat krachtvoer als paarden honger hebben meteen hap-slik-weg is, geef je dit pas ná het ruwvoer. Dan wordt het ook beter gekauwd en verteerd.

Altijd vers en schoon water

Erg belangrijk, zowel in de wei als op stal of in de paddock. Je paard of pony drinkt ongeveer 15-30 liter water per dag, al naar gelang de temperatuur en inspanning. Geef ’s zomers of vlak na het rijden niet te veel koud water in een keer.

null
Laat het gebit van je paard eens per jaar controleren en laat mestonderzoek doen, om te zien of er antiwormenmiddelen noodzakelijk zijn.

Voer sober

Een appeltje hier, een wortel en een hap van jouw broodje daar en dan nog die muesli die hij zo lekker vindt… Ja, het is leuk om je paard te vertroetelen, maar wees voorzichtig met het geven van extra lekkernijen. Behalve dat je rijmaatje er bedelig van wordt, zal hij met een constant, goed uitgebalanceerd rantsoen het gezondst blijven. Er zijn steeds meer mensen die naast krachtvoer extra vitaminen en mineralen(supplementen) geven en dat is in veel gevallen prima. Je kunt supplementen ook gebruiken als je paard ziek is (geweest) of bijvoorbeeld ondersteunend in ruiperiodes.

Aanpassen aan de omstandigheden

Let bij het voeren steeds op zowel de prestaties die je paard levert – rijd je elke dag, of een periode veel minder? – in combinatie met zijn conditie en pas het steeds een beetje aan. Voer nooit meer dan aanbevolen en verdeel het krachtvoer liefst, net als het ruwvoer, over meerdere momenten op de dag. Heb je een sober ras (Tinker, Shet of Fjord), dan is het zaak om er bij het kopen van krachtvoer, muesli, slobber en biks op te letten dat het niet veel granen, zetmeel of suikers bevat. Sportpaarden hebben de granen vaak juist wel nodig voor de energie. Vraag bij twijfel gerust advies in de winkel. Maar leer vooral goed zelf kijken of je paard zich goed voelt en zich tevreden en sociaal gedraagt.

Geen zware hap voor het werk

Een pluk hooi geven voor je les of buitenrit is prima, maar binnen drie uur voor middelmatig tot zwaar ‘werk’ krachtvoer geven is een no-no. Behalve dat werken met een volle maag niet prettig is voor je paard kan het na ongeveer twee uur ook een glucosedip veroorzaken: je paard voelt zich flauw en presteert daardoor minder.

Geleidelijk duurt het langst

Wissel je van voer, bouw dan over zeven tot tien dagen het ‘oude’ af en het ‘nieuwe’ op. Ook bij de wisseling van stal naar weide of omgekeerd, of naar een andere kwaliteit ruwvoer, werk je geleidelijk zodat je paard er geen last van krijgt. Zet je paard dus ook niet zomaar van de ene dag op de andere op dieet omdat hij te dik is, en geef hem niet opeens drie emmers vol als hij te mager is.

BESTEL PAARDENVOER IN DE WEBSHOP