Veel vissen gebruiken andere vissen om vijanden te ontdekken. Zolang bijvoorbeeld schoolvissen onbekommerd in open water rondzwem­men, weten ook andere soorten dat er geen hongerige rover in de buurt is. Maar zodra er een vijand opduikt, verdwijnen de schoolvissen meteen. En als een van hen het slachtoffer wordt, scheiden sommige zelfs ‘schrikstoffen’ af die soortgenoten op het gevaar attent maken.

Het komt nogal eens voor dat nieuwe vissen zich in het aquarium verstoppen, en ook na een normale gewenningsperiode niet tevoor­schijn komen. Tijdens het voeren happen ze opgeschrikt naar voer, om zich daarna meteen weer terug te trekken. Doe er zo mogelijk een school vrijzwemmende vissen bij. In de meeste gevallen leidt dat in een mum van tijd tot ander gedrag: dankzij de vrijzwemmende vissen onderkennen de schuwe vissen dat er geen gevaar is. Nu komen ze te voorschijn, omdat ze zich zeker voelen.

Biologische klok

Alle dieren en planten richten zich elke dag en in hun voortplantingsritme zowel op hun biologische klok als op externe signalen, bijvoor­beeld het daglicht. De instelling van de biologische klok is een langzaam proces. Signalen uit de omgeving spelen daarbij een rol, zoals seizoensgebonden daglengte of de toestand van het water. Als zo’n ritme ontbreekt, kan het gebeuren dat ’s nachts actieve vissen niet tevoorschijn komen om voedsel te zoeken, dat bijvoorbeeld veel meervalsoorten geen zin hebben zich voort te planten.

Een schakelklok zorgt voor een geregeld verloop van de dag. Veel vissen kunnen ook tot paaien worden gebracht door het water regelmatig te verversen en ze met koel, mineraalwater in een `regentijdstemming’ te brengen. De vissen vatten de gewijzigde toestand in het water op als een signaal.

Pikorde

In groepjes van slechts enkele vissen ontstaat al snel een individuele pikorde als ze naar agressie binnen de eigen soort neigen. De zwakste leiden daar sterk onder en sterven uiteindelijk aan stress. De dominante vis terroriseert dan de weinige andere dieren, omdat zij de enige zijn die als uitlaatklep kunnen dienen. In de natuur zouden de zwakkere natuurlijk vluchten, in een aquarium gaat dat jammer genoeg niet.

Vaak is het zinvol erop te gokken dat de agressie over veel vissen zal worden gespreid. Houd in plaats van drie of vier vissen liever een groot aantal in een grotere bak. De prachtige cichliden uit het Malawimeer van de soort Pseudotropheus saulosi kunnen bijvoorbeeld alleen op deze manier goed gehouden worden. Ook wanneer zo’n hoge populatiedichtheid niet altijd strookt met de natuurlijke omstandighe­den, is dit toch een diervriendelijke manier om vissen in aquariums te houden, want ze voelen zich klaarblijkelijk niet in hun bewegingsvrij­heid beperkt en planten zich ook voort.